Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2022

Onder 6 Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:166.

2.8.4 Het staat de rechter vrij in zijn oordeel over een vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk een inhoudelijke beslissing te nemen in de vorm van een toe- of afwijzing, en de vordering voor het resterende deel niet-ontvankelijk te verklaren. Een dergelijke splitsing van de vordering maakt het voor de strafrechter mogelijk te beslissen over dat deel van de vordering waarvan de behandeling niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, terwijl de benadeelde partij het resterende deel van haar vordering aan de burgerlijke rechter kan voorleggen. Het voorgaande betekent echter niet dat de strafrechter op grond van zijn voorlopig oordeel een gevorderd (schade)bedrag geheel of gedeeltelijk kan toewijzen bij wege van voorschot, in afwachting van een definitief oordeel van de civiele rechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4618e073133d9480686d8a3d5c7719521e730e4824fb0c18be05c1f3c9bdb7c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4618e073133d9480686d8a3d5c7719521e730e4824fb0c18be05c1f3c9bdb7c2, en de alinea staat in dat document op bytes 306715 tot 307677.