Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2022

Onder 6.4.5. Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:166.

(iv) ten aanzien van de vermogensschade waarvan vergoeding wordt gevorderd kan veelal een onderscheid worden gemaakt tussen eenvoudig vast te stellen schadeposten, ter zake waarvan met verklaringen van de benadeelde partij en bewijsstukken zal kunnen worden volstaan (kosten van therapeutische behandeling, gederfde inkomsten) enerzijds, en anderzijds niet zonder hulp van deskundigen vast te stellen schadeposten, die zich daarom voor afdoening in het bestek van het strafproces – als die deskundigen dan nog niet hebben gerapporteerd – niet goed lenen (verlies aan in de toekomst aan te wenden arbeidsvermogen). Afhankelijk van de aard en omvang van de vorderingen en de ten tijde van de behandeling daarover beschikbare informatie kunnen vorderingen tot vergoeding van vermogensschade daarom niet steeds geheel in het kader van het strafproces worden afgedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4618e073133d9480686d8a3d5c7719521e730e4824fb0c18be05c1f3c9bdb7c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4618e073133d9480686d8a3d5c7719521e730e4824fb0c18be05c1f3c9bdb7c2, en de alinea staat in dat document op bytes 329481 tot 330361.