Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2022
Onder 2.1.4. Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:166.
De verdachte heeft verklaard dat hij op 11 juli 2018 naar de woning van het slachtoffer is gegaan en daar geruime tijd met het slachtoffer heeft gepraat in haar kamer. Zij hebben onenigheid gekregen waarbij in de lezing van de verdachte het slachtoffer een mes tevoorschijn heeft gehaald en dit mes op de verdachte heeft gericht. Hierna is een worsteling ontstaan met het mes in het midden. In hoger beroep heeft de verdachte hieraan toegevoegd dat door het duwen en trekken om het mes het mes de slagader van het slachtoffer heeft geraakt en dat hij niet weet hoe het dodelijk letsel aan de slagader is ontstaan. Het hof heeft de verklaringen van de verdachte als niet geloofwaardig aangemerkt. De verweren gevoerd namens de verdachte dat er sprake was van noodweersituatie en dat niet is gebleken van een vooropgezet plan van de verdachte om het slachtoffer van het leven te beroven heeft het hof verworpen. Het hof is uiteindelijk tot een bewezenverklaring van moord gekomen (feit 1).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4618e073133d9480686d8a3d5c7719521e730e4824fb0c18be05c1f3c9bdb7c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4618e073133d9480686d8a3d5c7719521e730e4824fb0c18be05c1f3c9bdb7c2, en de alinea staat in dat document op bytes 20069 tot 21069.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4618e073133d9480686d8a3d5c7719521e730e4824fb0c18be05c1f3c9bdb7c2 | shasum -a 256