Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022

Onder 3.9. Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:17.

Voor de beoordeling van het middel is het volgende van belang. De Hoge Raad is in zijn arrest van HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576, NJ 2021/173, m.nt. Reijntjes nader ingegaan op de beoordeling van verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen door de feitenrechter in de situatie dat een dergelijk verzoek betrekking heeft op een getuige ten aanzien van wie de verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl deze getuige al – in het vooronderzoek of anderszins – een verklaring heeft afgelegd met een belastende strekking. Het gaat dan om een verklaring die door de rechter voor het bewijs van het tenlastegelegde feit zou kunnen worden gebruikt of reeds is gebruikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0895cb0d692c5d7ad8c4ec4646a3a33249a2c3be0e90453e3fbcb526ad04e4fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0895cb0d692c5d7ad8c4ec4646a3a33249a2c3be0e90453e3fbcb526ad04e4fc, en de alinea staat in dat document op bytes 56156 tot 56915.