Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022
Onder 3.15. Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:17.
Toch oordeelde het EHRM in de zaak Mirilashvili tegen Rusland dat er “duidelijke aanwijzingen” zijn dat art. 6 lid 3 sub d EVRM mogelijk ook zou kunnen worden toegepast op ander bewijs dan “getuigen”. Het EHRM verwijst hieromtrent naar een tweetal zaken van het hof waarin het heeft onderzocht of de toegang tot zogeheten documentary evidence en originele documenten en computerbestanden binnen het toepassingsgebied van art. 6 lid 3 sub d EVRM kan vallen. Veel meer dan zoals het hof het zelf stelt, ‘aanwijzingen’ voor de toepasselijkheid van art. 6 lid 3 sub d EVRM leveren die verwijzingen naar de eigen rechtspraak echter niet op, zo meen ik. Het blijft zo dunkt mij bij aanwijzingen dat onder omstandigheden het recht om een getuige te horen verband kan houden met schriftelijk materiaal dat door de betrokken personen is verschaft. Hoewle niet met zoveel woorden wordt uitgesproken door het EHRM lijkt mij dat dit een reflectie is van de eis van een fair hearing, waarvan art. 6 lid 3 EVRM immers een uitwerking is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0895cb0d692c5d7ad8c4ec4646a3a33249a2c3be0e90453e3fbcb526ad04e4fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0895cb0d692c5d7ad8c4ec4646a3a33249a2c3be0e90453e3fbcb526ad04e4fc, en de alinea staat in dat document op bytes 61982 tot 63227.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0895cb0d692c5d7ad8c4ec4646a3a33249a2c3be0e90453e3fbcb526ad04e4fc | shasum -a 256