Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022

Onder 3.18. Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:17.

In deze zaak oordeelde het EHRM aldus dat Gr.A. als ‘getuige’ in de zin van art. 6 lid 3 sub d EVRM kon worden aangemerkt, ook al had hij geen mondelinge of schriftelijke verklaring afgelegd. Ik meen dat het feitencomplex in deze zaak afwijkt van het onderhavige. In de zaak van het EHRM ging het om voor de verzoeker belastende documenten, ten aanzien waarvan de verdediging Gr.A. uitsluitend wenste te bevragen over de inhoud en de juistheid van de door hem verstrekte documenten. In de onderhavige zaak zijn de verzoeken tot het horen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] daarentegen gestoeld op de wens van de verdachte om zijn verhaal te onderbouwen. Zo voert hij aan hen te willen bevragen over de gang van zaken omtrent de zakken pinda’s, het vliegticket en de WhatsApp-gesprekken tussen hen en de verdachte. Ook lijkt mij van belang dat in Chap Ltd . de documenten waaromtrent de verdediging Gr.A wilde horen op verzoek van de SRS – de Armeense belastingdienst – waren overgelegd. In de onderhavige zaak is van enige bemoeienis van de kant van de (vervolgende) overheid met het tot stand komen van de WhatsApp-gesprekken geen sprake. De authenticiteit van de (weergave van) de gesprekken is in feitelijke aanleg ook niet ter discussie gesteld door de verdediging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0895cb0d692c5d7ad8c4ec4646a3a33249a2c3be0e90453e3fbcb526ad04e4fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0895cb0d692c5d7ad8c4ec4646a3a33249a2c3be0e90453e3fbcb526ad04e4fc, en de alinea staat in dat document op bytes 66943 tot 68272.