Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2022

Onder 3.20 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:182.

Uit het voorgaande volgt dat bij het treffen van maatregelen op grond van art. 14 Richtlijn wel een behoorlijke afweging zal moeten worden gemaakt aan de hand van de hiervoor in 3.16 en 3.17 genoemde gezichtspunten. De maatregel zal voldoende gerechtvaardigd moeten kunnen worden door de doelen van de Richtlijn, mede afgewogen tegen het belang van het kunnen gebruiken van pesticiden. Nu art. 14 Richtlijn vrije beleidsruimte tot het treffen van maatregelen geeft aan de lidstaten, moeten de maatregelen die de lidstaten op basis van die bepaling nemen en die een inbreuk maken op het vrije verkeer van goederen in de zin van art. 34 VWEU (het verbod op kwantitatieve invoerbeperkingen en maatregelen van gelijke werking), volgens vaste rechtspraak van het HvJ EU gerechtvaardigd zijn overeenkomstig art. 36 VWEU. Dat betekent dat de maatregelen noodzakelijk, geschikt en evenredig moeten zijn. Hier geldt dus hetzelfde als in het geval dat overeenkomstig art. 193 VWEU verdergaande bescherming wordt geboden dan het Unierecht biedt. Ook in dat geval zal de maatregel aan die eisen moeten voldoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eaddcd22fa2b1d17b96332bbb83a4ff6caae131f7160f7d8e8d6361a871dd641. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eaddcd22fa2b1d17b96332bbb83a4ff6caae131f7160f7d8e8d6361a871dd641, en de alinea staat in dat document op bytes 48221 tot 49396.