Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2022
Onder 3.48 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:182.
Ook dit onderdeel is ongegrond. Het ziet eraan voorbij dat, zoals hiervoor in 3.5 al opgemerkt, het hof terecht heeft geoordeeld dat het verbod niet kan worden gegrond op art. 193 VWEU en dat daarvoor dus een grondslag moet bestaan in een Nederlandse wet in formele zin. Als laatstgenoemde grondslag er voor een deel van het verbod zou zijn in de bepalingen van de art. 78 en 80a Wgb, dan blijft gelden dat die grondslag ontbreekt voor het andere deel van het verbod. Anders dan het onderdeel kennelijk veronderstelt, kan art. 193 VWEU een gedeeltelijke formeel-wettelijke grondslag voor het verbod evenmin aanvullen. Overigens merk ik nog op dat het verbod niet kan berusten op implementatie van het in het onderdeel genoemde art. 11 Richtlijn, nu een formeel-wettelijke bepaling ontbreekt op grond waarvan die implementatie bij amvb kan plaatsvinden. Naar art. 11 Richtlijn kan uitsluitend worden verwezen als nader argument voor het verbod (dat verbod beschermt ook het aquatisch milieu en de voorziening van drinkwater als in die bepaling bedoeld), zoals in de nota van toelichting bij het Besluit kennelijk gebeurt (zie het hiervoor in 3.25 geciteerde uit 5.1 daarvan).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eaddcd22fa2b1d17b96332bbb83a4ff6caae131f7160f7d8e8d6361a871dd641. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eaddcd22fa2b1d17b96332bbb83a4ff6caae131f7160f7d8e8d6361a871dd641, en de alinea staat in dat document op bytes 89227 tot 90414.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eaddcd22fa2b1d17b96332bbb83a4ff6caae131f7160f7d8e8d6361a871dd641 | shasum -a 256