Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2022

Onder 3.18 Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:182.

Dat in art. 14 Richtlijn niet van een verbod wordt gesproken en in de art. 11 en 12 Richtlijn wel, vormt geen tegenargument lijkt me, omdat dit veeleer te maken heeft met hetgeen deze bepalingen regelen. Vanuit genoemd doel van de Richtlijn valt bij de onderwerpen van de art. 11 en 12 vanzelf al snel aan een algeheel verbod te denken. Art. 14 heeft echter betrekking op alle gebruik van pesticiden. Het feit dat de Richtlijn ten aanzien van het nemen van maatregelen om het gebruik van pesticiden in het algemeen zoveel mogelijk te verminderen, niet met zoveel woorden rept van een verbod, zegt niet zoveel, nu de Richtlijn als gezegd mede tot uitgangspunt heeft dat dit gebruik in veel gevallen noodzakelijk en aanvaardbaar is te achten. Dit feit wijst er daarom niet – a contrario – op dat een verbod niet zou zijn gewenst. Uit het niet met zoveel woorden noemen van een gebruiksverbod in art. 14 kan dus niet worden afgeleid dat een dergelijk verbod niet zou zijn toegelaten, zeker niet nu de strekking van die bepaling en de Richtlijn als gezegd juist meebrengt dat een verbod soms zonder meer op zijn plaats zal zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eaddcd22fa2b1d17b96332bbb83a4ff6caae131f7160f7d8e8d6361a871dd641. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eaddcd22fa2b1d17b96332bbb83a4ff6caae131f7160f7d8e8d6361a871dd641, en de alinea staat in dat document op bytes 45371 tot 46513.