Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022
Onder 4.2. Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:2.
Bekend is dat de maatstaf van (niet) aannemelijkheid bij tal van strafprocessuele beslissingen het geldende criterium is. Onder meer bij de beoordeling van strafuitsluitingsgronden, bij de beoordeling van alternatieve scenario’s die niet strijdig zijn met de bewijsmiddelen en bij het bij de strafmaat betrekken van ad informandum gevoegde feiten. Maar ook bij tal van beslissingen die buiten de reikwijdte van de artikelen 348/350 Sv vallen, zoals bij het beoordelen van aanhoudingsverzoeken, wordt aan de “aannemelijkheid” getoetst. In de literatuur lijkt consensus te bestaan over het feit dat dit criterium niet steeds eenzelfde mate van waarschijnlijkheid vergt. Derhalve is sprake van een minder duidelijke maatstaf dan de “overtuiging” als bedoeld in artikel 338 Sv, of het met dat laatste vaak gelijkgestelde “buiten redelijke twijfel.” Bemelmans spreekt om die reden van een “diffuse maatstaf”. Bijlsma en Meynen noemen het “een open en rekbaar begrip”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d8ce70f9e0ae415e0c8384e3e62f1fe4bf6c209d555f21ef254c3d43ca78510. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d8ce70f9e0ae415e0c8384e3e62f1fe4bf6c209d555f21ef254c3d43ca78510, en de alinea staat in dat document op bytes 15672 tot 16960.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1d8ce70f9e0ae415e0c8384e3e62f1fe4bf6c209d555f21ef254c3d43ca78510 | shasum -a 256