Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022
Onder 4.7. Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:2.
Deze benadering spreekt aan, omdat het de mogelijkheid laat bestaan om het in dubio pro reo- beginsel onverkort van toepassing te laten zijn in de context van excepties – althans voor wat betreft de waarschijnlijkheidsmaatstaf – terwijl zo ook de belangrijkste hiervoor in 4.5 genoemde bezwaren tegen het stellen van zo’n hoge waarschijnlijkheidsmaatstaf naar ik meen worden ondervangen. Hoewel de spanning met de bewijsdimensie van de onschuldpresumptie zo wellicht niet geheel wordt opgelost, maar naar het mij voorkomt wel wordt verlicht, is ze wel praktisch hanteerbaar en komt ze tegemoet aan het hiervoor onder 4.4 weergegeven wetssystematische argument. Of de wederrechtelijkheid nu bestanddeel of element is zal bij deze benadering immers niet uitmaken. Indien iemand geweld heeft gepleegd zal in beginsel immers – ongeacht of mishandeling of zware mishandeling ten laste is gelegd – doorgaans op basis van ervaringsregels kunnen worden vermoed dat dit geweld wederrechtelijk was. In beide gevallen kan het dan op de weg van de verdachte komen te liggen om hieromtrent twijfel te zaaien (de bewijsvoeringslast). Wanneer hij daar niet in slaagt kan dit er dan toe leiden dat de wederrechtelijkheid wordt bewezen verklaard onderscheidenlijk verondersteld (het bewijsrisico).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d8ce70f9e0ae415e0c8384e3e62f1fe4bf6c209d555f21ef254c3d43ca78510. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d8ce70f9e0ae415e0c8384e3e62f1fe4bf6c209d555f21ef254c3d43ca78510, en de alinea staat in dat document op bytes 23116 tot 24581.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1d8ce70f9e0ae415e0c8384e3e62f1fe4bf6c209d555f21ef254c3d43ca78510 | shasum -a 256