Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022

Onder 5.4. Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:2.

Mij lijkt het dat het hof met de hierboven onder 3.3 weergegeven verklaring het aldus gemotiveerde beroep op noodweer(exces) toereikend gemotiveerd heeft verworpen. Daarbij stel ik vast dat die motivering – anders dan de steller van het middel lijkt te veronderstellen – niet het oordeel bevat dat niet aannemelijk is geworden dat voorafgaand aan de mishandeling geen sprake was van enige animositeit tussen de verdachte en het slachtoffer. Het hof heeft slechts geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat (hierdoor) voor de verdachte een noodweersituatie is ontstaan. Dat het hof daarbij heeft betrokken dat de verdachte bij het eerste verhoor enkel een blauwe plek heeft laten zien, acht ik niet onbegrijpelijk. Datzelfde geldt voor ’s hofs oordeel dat het geen steun heeft gevonden voor de door de raadsman en de verdachte geschetste gang van zaken en het ook overigens geen enkel aanknopingspunt aanwezig acht dat sprake was van een situatie waartegen de verdachte zich diende te verdedigen. Het stond het hof immers vrij om van de verdachte te vragen dat hij meer twijfel zou zaaien over de wederrechtelijkheid dan wel verwijtbaarheid van het door hem gepleegde geweld (de bewijsvoeringslast); en bij het uitblijven hiervan het verweer te verwerpen (het bewijsrisico). Mede gelet op het feit dat het oordeel van het hof in hoge mate verweven is met waarderingen van feitelijke aard, acht ik dit oordeel ook overigens niet onbegrijpelijk gemotiveerd. Daarbij neem ik nog in aanmerking dat uit het proces-verbaal van de zitting blijkt dat de verdachte hier in zijn tegenwoordigheid is berecht en op de zitting met de inconsistenties in zijn eigen verklaringen is geconfronteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d8ce70f9e0ae415e0c8384e3e62f1fe4bf6c209d555f21ef254c3d43ca78510. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d8ce70f9e0ae415e0c8384e3e62f1fe4bf6c209d555f21ef254c3d43ca78510, en de alinea staat in dat document op bytes 32301 tot 34006.