Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022

Onder 7.2. Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:2.

Ik meen dat ook dit middel niet kan slagen. Anders dan de steller van het middel lijkt mij dat met de zin “Naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk geworden dat er voorafgaand aan het op de camerabeelden zichtbare incident (…) sprake was van een onmiddellijke wederrechtelijke aanranding van de verdachte door de aangever” niet voorbij wordt gegaan aan de schoppende beweging die mogelijk op de camerabeelden zichtbaar is geweest. Mij lijkt dat het hof met “het incident” de geweldpleging door de verdachte heeft bedoeld en met hetgeen daaraan “voorafgaand” is gebeurd heeft gedoeld op zowel het eerste als het tweede incident. Met deze overweging heeft het hof dus ook het verweer dat de op de beelden zichtbare schop een noodweersituatie in het leven zou hebben geroepen verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d8ce70f9e0ae415e0c8384e3e62f1fe4bf6c209d555f21ef254c3d43ca78510. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d8ce70f9e0ae415e0c8384e3e62f1fe4bf6c209d555f21ef254c3d43ca78510, en de alinea staat in dat document op bytes 36812 tot 37630.