Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022
Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:201.
Een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor kan, als het overigens aan de eisen voor toewijzing daarvan voldoet, volgens vaste rechtspraak worden afgewezen op de gronden dat (i) van de bevoegdheid tot het bezigen van dit middel misbruik wordt gemaakt (art. 3:13 BW); (ii) het verzoek strijdig is met een goede procesorde, en (iii) het verzoek afstuit op een ander, door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar. Verder bestaat geen bevoegdheid tot het verzoeken van een voorlopig getuigenverhoor indien (iv) de verzoeker bij toewijzing daarvan onvoldoende belang heeft (art. 3:303 BW). Van deze laatste afwijzingsgrond kan sprake zijn indien de vordering geen kans van slagen heeft. In een dergelijk geval heeft de verzoeker geen belang bij zijn verzoek tot het bevelen van een op die vordering gericht voorlopig getuigenverhoor.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d7db5af467ba45e1ef34caf22ae847b07aba74aac947a7036340652b53a325d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d7db5af467ba45e1ef34caf22ae847b07aba74aac947a7036340652b53a325d, en de alinea staat in dat document op bytes 24721 tot 25710.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3d7db5af467ba45e1ef34caf22ae847b07aba74aac947a7036340652b53a325d | shasum -a 256