Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022
Onder 3.23 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:201.
In alle onder 3.21 genoemde arresten heeft de Hoge Raad steeds overwogen dat de vraag wat in het kader van een vordering uit hoofde van art. 843a Rv bij een gestelde tekortkoming of onrechtmatige daad als een ‘voldoende’ mate van aannemelijkheid kan worden beschouwd, niet in algemene zin kan worden beantwoord en dat het daarbij steeds aankomt op een waardering van de stellingen en verweren van partijen en de overtuigingskracht van het eventueel reeds overgelegde bewijsmateriaal. De beantwoording van de vraag is dus (grotendeels) voorbehouden aan de feitenrechter.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d7db5af467ba45e1ef34caf22ae847b07aba74aac947a7036340652b53a325d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d7db5af467ba45e1ef34caf22ae847b07aba74aac947a7036340652b53a325d, en de alinea staat in dat document op bytes 44629 tot 45291.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3d7db5af467ba45e1ef34caf22ae847b07aba74aac947a7036340652b53a325d | shasum -a 256