Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022

Onder 3.29 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:201.

Uit deze processtukken blijkt dat de brief van 11 juli 2018 zowel in eerste aanleg als in hoger beroep uitsluitend wordt aangehaald in het kader van het verzoek tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor. In eerste aanleg was uitsluitend dat verzoek ingediend. [verzoeker] heeft pas in hoger beroep het art. 843a-verzoek ingediend, maar bij pleidooi in hoger beroep heeft hij zich beperkt tot zijn verzoek tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor. Dat blijkt onder meer uit de inleiding van zijn pleitnota, waarin onder 1. de vraag centraal wordt gesteld of het verzoek van [verzoeker] tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor moet worden toegewezen. De stellingen waarop [verzoeker] zich beroept, hebben dus geen betrekking op het art. 843a-verzoek en kunnen dus geen grond zijn voor de motiveringsklacht van het subonderdeel. Daarop stuit subonderdeel 2.2 af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d7db5af467ba45e1ef34caf22ae847b07aba74aac947a7036340652b53a325d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d7db5af467ba45e1ef34caf22ae847b07aba74aac947a7036340652b53a325d, en de alinea staat in dat document op bytes 50078 tot 51003.