Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2022
Onder 4.15 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:227.
“ NvW 1. De toevoeging aan het tweede lid is gebaseerd op HR 5 november 1993, NJ 1994, 119, en HR 17 februari 1995, NJ 1996, 298. Zij bewerkstelligt dat wanneer de eiser de dagvaarding niet tijdig doet inschrijven, de gedaagde eerst van de instantie kan worden ontslagen wanneer de eiser gelegenheid heeft gekregen alsnog in het geding te verschijnen. In procureurzaken [thans advocaatzaken, toev. A-G] kan dit door het stellen van een procureur, waartoe eiser op de voet van artikel 123 (2.3.12), eerste lid, toch al gelegenheid moet worden geboden. In zaken waar in persoon kan worden geprocedeerd dient eiser een akte te nemen waarin hij aangeeft voort te willen procederen.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5da7e07e66ca5ff6403eea864298f85138ae22c33a30645c68884bfcf83b5f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5da7e07e66ca5ff6403eea864298f85138ae22c33a30645c68884bfcf83b5f6, en de alinea staat in dat document op bytes 24601 tot 25330.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f5da7e07e66ca5ff6403eea864298f85138ae22c33a30645c68884bfcf83b5f6 | shasum -a 256