Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2022

Onder 4.32 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:227.

Voor zover het onderdeel voortbouwt op de onderdelen 1 en 2, faalt het in het voetspoor van die onderdelen. De klacht dat art. 123 lid 4 Rv blijkens de bedoeling van de wetgever voor alle in art. 123 en 127 Rv bedoelde gevallen van herstel van verzuim heeft te gelden, stuit af op de toelichting van de wetgever bij dit artikellid. Daaruit blijkt dat de wetgever in art. 123 lid 4 Rv een oplossing heeft geboden voor de situatie waarin in een zeer laat stadium van de procedure aan het licht komt dat partijen zonder procureur (thans advocaat) hebben geprocedeerd terwijl het eigenlijk een procureurszaak (advocatenzaak) is. Het vierde lid van art. 123 Rv bepaalt dan dat de zaak, nadat beide partijen procureur (thans advocaat) hebben gesteld, wordt voortgezet en dat, als reeds het stadium is bereikt dat de dag van de uitspraak is bepaald, partijen zich nog over de zaak mogen uitlaten. Van een dergelijke situatie is in de onderhavige zaak geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5da7e07e66ca5ff6403eea864298f85138ae22c33a30645c68884bfcf83b5f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5da7e07e66ca5ff6403eea864298f85138ae22c33a30645c68884bfcf83b5f6, en de alinea staat in dat document op bytes 39115 tot 40160.