Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2022
Onder 4.22 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:231.
Om te kunnen beoordelen of art. 10 EVRM in een concreet geval van toepassing is, moet eerst worden bepaald of sprake is van een meningsuiting. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) stelt in zijn rechtspraak steeds voorop dat het daarbij uit wil gaan van een ruime verdragsuitleg en dat art. 10 EVRM zich niet beperkt tot bepaalde soorten informatie of ideeën, of bepaalde soorten van expressie, zo schrijft Gerards. Ook satirische en karikaturale uitingen vallen binnen het bereik van de vrijheid van meningsuiting, net als romans en foto’s (artistiek dan wel journalistiek).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8612dcabe8afda449ad7da9944f03395580dff9f349fa83b875da2a5ccd7e77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8612dcabe8afda449ad7da9944f03395580dff9f349fa83b875da2a5ccd7e77, en de alinea staat in dat document op bytes 44592 tot 45325.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a8612dcabe8afda449ad7da9944f03395580dff9f349fa83b875da2a5ccd7e77 | shasum -a 256