Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2022
Onder 4.11 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:231.
Onder 16 klaagt werkneemster dat art. 7:671b BW en art. 7:669 lid 1 en lid 3 onder g BW geen vrijbrief mogen vormen om door middel van een feitelijke constatering dat de arbeidsverhouding verstoord is aan werknemers de bescherming van art. 7 Grondwet en art. 10 EVRM te onthouden. Dit klemt temeer in een geval als het onderhavige, waarin het hof heeft vastgesteld dat het verstoord zijn van de arbeidsverhouding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, welk handelen of nalaten rechtstreeks betrekking heeft op de wijze waarop de werkgever heeft geacteerd nadat de werknemer de grenzen van zijn uitingsvrijheid volgens de werkgever had overschreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8612dcabe8afda449ad7da9944f03395580dff9f349fa83b875da2a5ccd7e77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8612dcabe8afda449ad7da9944f03395580dff9f349fa83b875da2a5ccd7e77, en de alinea staat in dat document op bytes 36535 tot 37281.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a8612dcabe8afda449ad7da9944f03395580dff9f349fa83b875da2a5ccd7e77 | shasum -a 256