Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2022

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:293.

Bovenstaande neemt volgens de landsadvocaat echter niet weg dat er wel argumenten zijn die ervoor pleiten dat het afzien van ambtshalve vermindering “evident onredelijk” zou kunnen zijn, zodat art. 45aa URIB 2001 in deze gevallen niet kan worden toegepast. Hierbij wijst de landsadvocaat onder meer op de omstandigheden dat: (i) er sprake is van strijdigheid met fundamentele Europese rechten, (ii) de Hoge Raad al eerder in het licht van art. 1 EP op mogelijke tekortkomingen ten aanzien van de heffing van box 3 heeft gewezen en deze tekortkomingen nog niet zijn hersteld onder de huidige regeling en (iii) een belastingplichtige erop mag vertrouwen dat de wetgever door de rechter geconstateerde gebreken deugdelijk herstelt. In dat verband zou volgens de landsadvocaat de vraag kunnen worden opgeworpen of de wetgever wel heeft gedaan wat van hem mocht worden verwacht, door “op deze wijze om te gaan met de eerder door de Hoge Raad geconstateerde gebreken”. Dat zou volgens de landsadvocaat mogelijk aanleiding kunnen zijn voor een opvatting dat het hier evident onredelijk is om niet tot ambtshalve vermindering over te gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c04e668772ede0e1b56bd0244db03c1ec2b6eb18c608f3b77b14949cb9a3f333. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c04e668772ede0e1b56bd0244db03c1ec2b6eb18c608f3b77b14949cb9a3f333, en de alinea staat in dat document op bytes 15131 tot 16284.