Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022
Onder 3.26 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:328.
“Op grond van artikel 3:306 BW verjaart een rechtsvordering door verloop van 20 jaar, tenzij de wet anders bepaalt. Naast deze algemene termijn van extinctieve verjaring kent de wet voor een aantal vorderingen een kortere verjaringstermijn van 5 jaar. De vordering uit hoofde van de in de wet geregelde vergoedingsrechten valt niet onder een van de in de wet opgenomen uitzonderingen op deze algemene verjaringstermijn van 20 jaar. Er is geen sprake van een rechtsvordering die voortvloeit uit een overeenkomst tussen de echtgenoten of van een vordering tot periodieke betaling. Voor vergoedingsvorderingen die hun grondslag vinden in de wettelijke regeling ervan geldt dus de (maximale) verjaringstermijn van 20 jaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2, en de alinea staat in dat document op bytes 58011 tot 58873.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2 | shasum -a 256