Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022

Onder 3.35 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:328.

Onderdeel 1 bestaat uit drie subonderdelen. Volgens subonderdeel 1.1 is het oordeel van het hof in rov. 2.6 dat in dit geval de algemene verjaringstermijn van 20 jaar van art. 3:306 BW heeft te gelden onjuist. Het hof miskent volgens het subonderdeel dat er in de onderhavige zaak sprake is van vergoedingsrechten uit hoofde van huwelijkse voorwaarden. Daarop is niet de 20-jarige termijn van toepassing, maar de 5-jarige termijn van art. 3:307 lid 1 BW , althans die van 3:308, 3:309 of 3:310 lid 1 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2, en de alinea staat in dat document op bytes 68864 tot 69603.