Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022
Onder 3.42 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:328.
Dat partijen in hun huwelijkse voorwaarden in artikel 10 hebben opgenomen dat iedere echtgenoot verplicht is “aan de andere echtgenoot te vergoeden hetgeen ten bate van hem aan het vermogen van de andere echtgenoot is onttrokken, gewaardeerd naar de dag van de onttrekking tenzij dit tot onbillijkheid leidt.” (zie hiervoor onder 2.3.) maakt het voorgaande niet anders. Deze bepaling in de huwelijkse voorwaarden regelt de omvang van een eventueel vergoedingsrecht (te weten: een in beginsel nominale vordering) maar vormt niet de grondslag voor het ontstaan van de vergoedingsvordering. Immers, ook zonder deze bepaling in de huwelijkse voorwaarden was bij de (grotendeelse) aflossing door de vrouw eind 2006 van het overbruggingskrediet voor de gezamenlijke woning het vergoedingsrecht ontstaan op grond van de onder het oude recht ontwikkelde rechtspraak van de Hoge Raad die ziet op vergoedingsrechten tussen buiten gemeenschap van goederen getrouwde echtgenoten (zie het juridisch kader onder (ii)).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2, en de alinea staat in dat document op bytes 74099 tot 75155.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2 | shasum -a 256