Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022
Onder 3.46 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:328.
De vrouw heeft in haar memorie van antwoord ter weerlegging van grief I van de man naar voren gebracht dat de overwaarde van de woning aan De [a-straat 1] is geïnvesteerd in de woning aan de [b-straat 1] in [plaats] en dat de vrouw na beëindiging van het huwelijk een vordering heeft vanwege die investering. Deze vordering is volgens de vrouw eerst opeisbaar na beëindiging van het huwelijk en de verjaringstermijn is ten minste drie jaar. De man weet ook goed dat de vrouw een vordering op hem heeft. De man wilde in 2016 niet meewerken aan de overdracht van de woning en de vrouw is noodgedwongen een kort geding gestart (vonnis in kort geding van de rechtbank Gelderland van 22 december 2016). De woning is overgedragen omdat de man uiteindelijk bij de notaris heeft getekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2, en de alinea staat in dat document op bytes 78141 tot 79001.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2 | shasum -a 256