Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022
Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:328.
De man heeft in het incident gesteld – verkort en zakelijk weergegeven – dat hij in het vonnis is veroordeeld tot betaling van € 63.450,04 aan de vrouw. Dit geld heeft hij niet en bij tenuitvoerlegging betekent dit zijn persoonlijk faillissement. Daardoor ontstaat een noodtoestand. Voorts stelt de man dat er sprake is van een juridische en/of feitelijke misslag, waardoor het belang van de man bij behoud van de bestaande toestand totdat op het rechtsmiddel is beslist, zwaarder weegt dan het belang van de vrouw bij de tenuitvoerlegging van het vonnis. Hij stelt – kort gezegd – dat de vordering ter zake van het vergoedingsrecht van de vrouw, gelet op de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, op 23 december 2016 is verjaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2, en de alinea staat in dat document op bytes 18194 tot 19029.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2 | shasum -a 256