Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022
Onder 3.1 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:328.
“ verjaring 2.6 Het hof overweegt als volgt. Partijen hebben op 23 juni 2004 bij notariële akte huwelijkse voorwaarden gemaakt. Zij hebben daarin – voor zover in deze procedure van belang – iedere gemeenschap van goederen uitgesloten (en een regeling voor de kosten van de huishouding getroffen). De huwelijkse voorwaarden bevatten een regeling voor vergoedingsrechten. De wet kent in de artikelen 1:95 en 96 BW een regeling voor vergoedingsrechten op grond van vorderingen tussen echtgenoten, die zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. De vordering uit hoofde van deze in de wet geregelde vergoedingsrechten valt niet onder één van de in de wet opgenomen uitzonderingen op de algemene bevrijdende verjaringstermijn van 20 jaar. Een wettelijke regeling voor vergoedingsrechten in het geval echtgenoten huwelijkse voorwaarden zijn aangegaan, ontbreekt. De Hoge Raad staat analoge toepassing van de vergoedingsregeling van de artikelen 1:95 en 96 BW voor (zie HR 12 juni 1987, NJ 1988, 150 m.nt. EAAL (Kriek/Smit)). Dat de vordering eerst opeisbaar zou zijn bij ontbinding van het huwelijk of een daaraan gerelateerd tijdstip is niet juist. Dat zou alleen het geval zijn indien partijen dat zouden zijn overeengekomen en dat is niet gebleken. Gesteld noch gebleken is dat partijen afspraken hebben gemaakt over het tijdstip van nakoming, zodat de vordering van de vrouw eind 2006 (de periode van levering van de woning aan de [a-straat 1] aan een derde en de daaropvolgende aflossing van de overbruggingslening) opeisbaar was. Wat hiervan zij, de verjaring is echter nog niet voltooid, omdat in dit geval de algemene verjaringstermijn van 20 jaar van artikel 3:306 BW heeft te gelden. Dat betekent dat het beroep op verjaring van de man faalt en zijn primaire verweer zal daarom worden afgewezen.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2, en de alinea staat in dat document op bytes 24962 tot 26833.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2 | shasum -a 256