Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022

Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:328.

Blijkens HR 10 januari 1992 , NJ 1992/651 m.nt. E.A.A. Luijten ( Moret/Visser ) is ook in een situatie die hierdoor wordt gekenmerkt dat de woning op naam van beide echtgenoten, ieder voor de helft, is verkregen, terwijl deze in overwegende mate door een der echtgenoten, hier de vrouw, is gefinancierd — er plaats voor een vergoedingsrecht als bedoeld in het Kriek/Smit -arrest. De Hoge Raad overwoog voorts in het arrest van 10 januari 1992 dat er in het geval van de gezamenlijke verkrijging door de echtgenoten van een onroerende zaak geen plaats is voor een correctievergoeding op grond van het feit dat zich op de onroerendgoedmarkt de laatste tientallen jaren een ontwikkeling heeft voorgedaan waardoor een woning sterk in waarde is gestegen of gedaald omdat partijen door die gezamenlijke verkrijging het risico van waardestijging en -daling zouden hebben verdisconteerd. De Hoge Raad heeft ook nadien bij herhaling beslist dat in dergelijke gevallen slechts nominale vergoedingsrechten ontstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ea8cb23ecd212037c77c06f3ffde0c33c04006aac685e4fe7c100ca54bf30e2, en de alinea staat in dat document op bytes 36803 tot 38178.