Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2022

Onder 3.42 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:34.

“(…) Ten aanzien van deze goederen kan – net als bij de goederenrechtelijke gemeenschap van goederen – wel de zaaksvervangingsregel van art. 1:95 lid 1 BW worden toegepast ten aanzien van de pseudo-gemeenschap, in combinatie met de reprise- en récompense-regels zoals die wij kennen uit de wettelijke gemeenschap van goederen. Derhalve ook inclusief de uitwerking door de Hoge Raad in zijn uitspraak van 5 april 2019 ECLI:NL:HR:2019:504, waar sprake was van een vergoedingsrecht omdat privévermogen was aangewend om gemeenschapsschulden te betalen. Bij een finaal alsof-beding zou er daarom ook in dit geval ruimte moeten zijn voor een pseudo-reprise, tenzij er – zoals ook genoemd in de uitspraak van de Hoge Raad van 5 april 2019 – reden is om aan te nemen dat een deel van dit privévermogen had moeten worden aangewend ter voldoening van de huishoudkosten. Na een eventuele correctie op grond van de huishoudkostenregels kan de echtgenoot zijn pseudo-reprise gewoon inbrengen in de berekening van de waarde van de pseudo-gemeenschap: als er bijvoorbeeld sprake is van een pseudo-reprise van € 50.000, terwijl de waarde van de pseudo-gemeenschap zonder die pseudo-reprise € 250.000 bedraagt, dan is de nettowaarde van de pseudo-gemeenschap nog maar € 200.000, waarvan beiden de helft moeten krijgen. De € 50.000 blijven dan buiten de verrekening.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/040516133199266f0600f579f3da262dff68a75a958af86c795aef83312e92a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 040516133199266f0600f579f3da262dff68a75a958af86c795aef83312e92a6, en de alinea staat in dat document op bytes 74754 tot 76142.