Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2022

Onder 3.57 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:34.

Deze klacht wordt verder uitgewerkt in de subklachten onder 3.2.1-3.2.3 van de procesinleiding. Kern van het betoog in paragraaf 3.2.1 is dat de uitspraak van 5 april 2019 uitsluitend betrekking heeft op een echte/wettelijke huwelijksgemeenschap, en daarbuiten geen toepassing kan vinden en dat in de onderhavige zaak geen sprake is van een wettelijke huwelijksgoederengemeenschap. Ook zijn de erfgelden niet gestort op een gezamenlijke rekening maar op de bankrekening van de man. Er is dus geen sprake van voldoening van gemeenschapsschulden met privévermogen van de man, waardoor een gemeenschap zou zijn gebaat. Bovendien is, aldus nog steeds paragraaf 3.2.1, in HR 26 september 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BF2295) in rov. 3.7 geoordeeld dat een finaal verrekenbeding als hier aan de orde “niets anders [bevat] dan een methode van verrekening naar analogie van de verdeling van de gemeenschap van goederen en (...) niet tot gevolg [heeft] dat de partijen bij de verrekening ervan dienen uit te gaan dat tijdens het huwelijk of op het moment van de verrekening tussen hen daadwerkelijk een gemeenschap bestaat.” Daarom vindt volgens de Hoge Raad bij deze verrekening de reprise-regel geen toepassing. Onder 3.2.2 wordt aangevoerd dat en waarom onjuist en onbegrijpelijk is dat de man in het onderhavige geval een vergoedingsrecht naar analogie van de uitspraak van 5 april 2019 zou (kunnen) toekomen, omdat artikel 6 van de huwelijkse voorwaarden [zo] uitgelegd zou moeten worden dat partijen aansluiting hebben willen zoeken bij het recht van reprise, nu de vrouw heeft gesteld dat het aannemen van een vergoedingsrecht zich niet verdraagt met artikel 8 van de huwelijkse voorwaarden. Volgens paragraaf 3.2.3 is, zonder nadere motivering, onbegrijpelijk, dat het hof aanneemt dat (behoudens de verbetering van de woning ad € 27.261,73) de erfgelden door de man volledig aan consumptieve uitgaven ten behoeve van beide echtgenoten zijn besteed, nu dat door de vrouw gemotiveerd is betwist en zij er in het bijzonder op heeft gewezen dat ook uit de eigen stellingen van de man volgt dat hij de erfgelden deels aan privébestedingen heeft uitgegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/040516133199266f0600f579f3da262dff68a75a958af86c795aef83312e92a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 040516133199266f0600f579f3da262dff68a75a958af86c795aef83312e92a6, en de alinea staat in dat document op bytes 93336 tot 95625.