Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2022

Onder 3.18 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:34.

Wat betreft de peildatum bij echtscheiding is voor de samenstelling van het betrokken vermogen het indieningstijdstip van het verzoek tot echtscheiding zowel bij een huwelijksgoederengemeenschap (art. 1:99 lid 1 onder b BW) als bij een finaal verrekenbeding (art. 1:142 lid 1 onder b BW) beslissend. In het kader van de omvang van het te verrekenen vermogen bestaat echter een verschil met de verdeling van een (daadwerkelijke) gemeenschap. Bij verdeling van een gemeenschap wordt voor de omvang van het vermogen (de waarde per saldo) in beginsel uitgegaan van het moment waarop de verdeling daadwerkelijk plaatsvindt. Uit rechtspraak van de Hoge Raad vloeit voort dat van deze hoofdregel kan worden afgeweken door een nadere afspraak van partijen of op grond van de redelijkheid en billijkheid, bijvoorbeeld wanneer de verdeling van de huwelijksgemeenschap wordt getraineerd teneinde van de waardestijging van goederen te kunnen profiteren. Om discussie te voorkomen over de vraag of om redenen van redelijkheid en billijkheid zou moeten worden afgeweken van het tijdstip van verdeling, heeft de wetgever voor de verrekening opgenomen dat de echtgenoten vanaf de in art. 1:142, eerste lid, BW genoemde tijdstippen niet meer in de waardeontwikkeling van de tot het te verrekenen vermogen behorende goederen delen. De wetgever merkt hierbij op dat de bepaling ziet op verrekening en niet op verdeling en vervolgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/040516133199266f0600f579f3da262dff68a75a958af86c795aef83312e92a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 040516133199266f0600f579f3da262dff68a75a958af86c795aef83312e92a6, en de alinea staat in dat document op bytes 33814 tot 35500.