Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2022

Onder 3.24 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:34.

“3.4 (…) Het hof heeft zich, blijkens rov. 4.10, slechts beziggehouden met de vraag wat verrekening volgens het in de huwelijkse voorwaarden opgenomen finale verrekenbeding meebrengt. Dat beding voorziet in een zodanige finale verrekening dat elk van de echtgenoten een waarde krijgt gelijk aan die waartoe hij gerechtigd zou zijn geweest indien er een algehele gemeenschap van goederen zou hebben bestaan, met uitzondering van, onder meer, de aanbrengsten. De door het hof bedoelde vergoeding aan de man heeft het hof kennelijk gezien als vergoeding op de voet van art. 1:95 lid 2 (reprise), verminderd met een door de man aan de pseudo-gemeenschap verschuldigde vergoeding op de voet van art. 1:96 lid 2 BW (récompense). Het hof heeft geen oordeel gegeven, en hoefde ook geen oordeel te geven, met betrekking tot de kwestie in hoeverre sprake is van overgespaarde inkomsten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/040516133199266f0600f579f3da262dff68a75a958af86c795aef83312e92a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 040516133199266f0600f579f3da262dff68a75a958af86c795aef83312e92a6, en de alinea staat in dat document op bytes 42002 tot 42897.