Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022
Onder 4.7 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:346.
De consequentie van deze rechtspraak is dat de belanghebbende in voorkomende gevallen exceptieve toetsing van een algemeen verbindend voorschrift zal moeten uitlokken , door het aanvragen en/of aanvechten van een appellabel besluit, op straffe van niet-ontvankelijkheid van zijn vordering bij de civiele rechter. Op deze grond werd niet-ontvankelijkheid aangenomen in de arresten Staat/Vreemdelingenorganisaties uit 2010 (over de rechtmatigheid van een legesregeling voor de aanvraag van een verblijfsvergunning), Staat/Privacy First uit 2015 (over de rechtmatigheid van een wettelijke verplichting tot het afstaan van vingerafdrukken bij de aanvraag van een paspoort) en SCAU/Universiteiten uit 2016 (over de rechtmatigheid van regelgeving inzake de hoogte van het collegegeld bij inschrijving voor een tweede masterstudie).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76f5ecfab6d8c5d7cbf62288ea6bd9d53e3842a79faed2cb2cde500cd4c8a36c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76f5ecfab6d8c5d7cbf62288ea6bd9d53e3842a79faed2cb2cde500cd4c8a36c, en de alinea staat in dat document op bytes 53345 tot 54513.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/76f5ecfab6d8c5d7cbf62288ea6bd9d53e3842a79faed2cb2cde500cd4c8a36c | shasum -a 256