Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022
Onder 4.25 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:346.
De procesrechtelijke inbedding van voornoemde rechtsmiddelen was geregeld in hoofdstuk 8 van de Wbp (art. 45 e.v.). Thans bepaalt art. 79 lid 1 AVG dat rechthebbenden het recht hebben een ‘doeltreffende voorziening in rechte’ in te stellen ter zake van een vermeende schending van de AVG. Ter uitwerking hiervan zijn in de Uitvoeringswet AVG ( UAVG ) procesrechtelijke voorzieningen getroffen, die grotendeels aansluiten bij het stelsel van rechtsbescherming onder de Wbp.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76f5ecfab6d8c5d7cbf62288ea6bd9d53e3842a79faed2cb2cde500cd4c8a36c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76f5ecfab6d8c5d7cbf62288ea6bd9d53e3842a79faed2cb2cde500cd4c8a36c, en de alinea staat in dat document op bytes 78206 tot 78854.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/76f5ecfab6d8c5d7cbf62288ea6bd9d53e3842a79faed2cb2cde500cd4c8a36c | shasum -a 256