Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022

Onder 6.2 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:346.

De Staat stelt dat de vereiste wettelijke grondslag is gelegen in art. 7:252a BW en art. 19b Uhw, zoals ingevoerd bij de Wet inkomensafhankelijke huurverhoging en verduidelijkt in de Reparatiewet. Volgens de Staat was en is op grond van art. 7:252a BW ‘duidelijk’ dat de Belastingdienst desgevraagd inkomensverklaringen moet verstrekken aan verhuurders. Deze verplichting is volgens de Staat ‘nader uitgewerkt’ in art. 19b Uhw. In dat artikel zijn waarborgen getroffen ter bescherming van de privacy van huurders, in de vorm van een viertal op verhuurders rustende verplichtingen (leden 1-4), en is geregeld onder welke voorwaarden de Belastingdienst kan weigeren de inkomensverklaring te verstrekken, namelijk bij schending van die verplichtingen (lid 5). Met deze regeling is volgens de Staat een uitzondering gemaakt op de fiscale geheimhoudingsplicht, nu de regeling een wettelijk voorschrift inhoudt dat de Belastingdienst verplicht tot het verstrekken van informatie aan derden (in de zin van art. 67 lid 2 onder a Awr). Volgens de Staat ligt die verplichting besloten in art. 7.252a lid 3 BW, althans volgt die uit het samenstel van art. 7:252a BW en art. 19 b Uhw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76f5ecfab6d8c5d7cbf62288ea6bd9d53e3842a79faed2cb2cde500cd4c8a36c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76f5ecfab6d8c5d7cbf62288ea6bd9d53e3842a79faed2cb2cde500cd4c8a36c, en de alinea staat in dat document op bytes 122363 tot 123789.