Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022
Onder 6.42 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:346.
De ABRvS-uitspraak van 10 juni 2020 is om nog een andere reden interessant, namelijk omdat de Afdeling daarin gedeeltelijk terugkomt van de ABRvS-uitspraak van 3 februari 2016. Hiervoor bleek al dat in de literatuur de toepassing van art. 40 Wbp in die uitspraak was bekritiseerd, omdat het rechtsmiddel van verzet niet is bedoeld voor situaties waarin de gegevensverwerking van meet af aan en in algemene zin onrechtmatig is geweest (zie hiervoor, 6.34 e.v.). De Afdeling lijkt zich deze kritiek te hebben aangetrokken, door in die zaak ambtshalve te onderzoeken of er grond was voor toepassing van art. 36 Wbp.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76f5ecfab6d8c5d7cbf62288ea6bd9d53e3842a79faed2cb2cde500cd4c8a36c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76f5ecfab6d8c5d7cbf62288ea6bd9d53e3842a79faed2cb2cde500cd4c8a36c, en de alinea staat in dat document op bytes 181876 tot 182539.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/76f5ecfab6d8c5d7cbf62288ea6bd9d53e3842a79faed2cb2cde500cd4c8a36c | shasum -a 256