Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022

Onder 8.7 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:346.

Deze klacht faalt. Voor de toepassing van het doelbindingsbeginsel (in de zin van art. 6 lid 1 sub b Privacyrichtlijn) is niet van belang of ten tijde van de vergaring van de inkomensgegevens al een voldoende duidelijke wettelijk omschreven verplichting tot verstrekking daarvan bestond (in de zin van art. 67 lid 2 onder a Awr). Het gaat er alleen om of een verdere verwerking van inkomensgegevens uit de BRI, teneinde te kunnen voldoen aan de (sinds 1 april 2016 genoegzaam wettelijk verankerde) wettelijke plicht van art. 7:252a BW, niet onverenigbaar is met de doeleinden van de fiscale gegevensvergaring. In de achtste, negende en tiende volzin van rov. 5.16 heeft het hof die vraag positief beantwoord. Subonderdeel 2.2 is dus gericht tegen een overweging die (voor zover het betreft de inkomensgegevens die vóór 1 april zijn verzameld en ná 1 april zijn verstrekt) niet dragend is voor het bestreden oordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76f5ecfab6d8c5d7cbf62288ea6bd9d53e3842a79faed2cb2cde500cd4c8a36c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76f5ecfab6d8c5d7cbf62288ea6bd9d53e3842a79faed2cb2cde500cd4c8a36c, en de alinea staat in dat document op bytes 221799 tot 222765.