Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:346.

Aan zijn vorderingen tegen de Staat heeft de Woonbond primair, onder verwijzing naar de ABRvS-uitspraak, ten grondslag gelegd dat de Staat door het verstrekken van de inkomensverklaringen in strijd heeft gehandeld met de geheimhoudingsplicht die is opgenomen in art. 67 Awr. In het verlengde hiervan heeft de Woonbond zich beroepen op schending van art. 21f Awr, het verbod op doorlevering van inkomensgegevens uit de basisregistratie inkomen (hierna: BRI ). Verder heeft de Woonbond aangevoerd dat de verstrekking van inkomensverklaringen aan verhuurders onrechtmatig is wegens strijd met art. 8 Wbp (het grondslagvereiste voor de verwerking van persoonsgegevens) en art. 8 EVRM (meer in het bijzonder de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit ). Ten slotte heeft de Woonbond zich beroepen op onverbindendheid van art. 7:252a BW – ook ná de Reparatiewet van 1 april 2016 – wegens strijd met het in art. 6 lid 1 onder b van de Privacyrichtlijn neergelegde doelbindingsbeginsel .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76f5ecfab6d8c5d7cbf62288ea6bd9d53e3842a79faed2cb2cde500cd4c8a36c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76f5ecfab6d8c5d7cbf62288ea6bd9d53e3842a79faed2cb2cde500cd4c8a36c, en de alinea staat in dat document op bytes 26737 tot 28014.