Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022

Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:346.

De Staat heeft zich primair verweerd met een beroep op niet-ontvankelijkheid van de Woonbond. Daartoe stelt hij dat voor de achterban van de Woonbond een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang open staat of heeft gestaan. De Staat verwijst in dit verband naar de ABRvS-uitspraak, die volgde op een door een huurder op de voet van art. 40 Wbp ingesteld verzet tegen de verstrekking van een inkomensverklaring. Inhoudelijk heeft de Staat zich verweerd met het betoog dat de civiele rechter niet is gebonden aan de ABRvS-uitspraak en dat de verstrekking van de inkomensverklaringen, zowel vóór als ná 1 april 2016, rechtmatig is geweest, namelijk wettelijk is voorgeschreven op grond van art. 7:252a lid 3 (thans lid 4) BW. Die bepaling bevat volgens de Staat (en bevatte ook vóór 1 april 2016) een wettelijk voorschrift dat tot bekendmaking van inkomensgegevens verplicht, zodat op grond van art. 67 lid 2 onder a Awr de fiscale geheimhoudingsplicht niet geldt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76f5ecfab6d8c5d7cbf62288ea6bd9d53e3842a79faed2cb2cde500cd4c8a36c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76f5ecfab6d8c5d7cbf62288ea6bd9d53e3842a79faed2cb2cde500cd4c8a36c, en de alinea staat in dat document op bytes 28093 tot 29159.