Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2022

Onder 4.13 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:37.

Dat een procedure (ook in cassatie) kan worden voortgezet ná schorsing op grond van art. 29 Fw en beëindiging van het faillissement door het verbindend worden van de uitdelingslijst, volgt uit het arrest X/Westdeutsche Landesbank Girozentrale (zie hiervoor, 4.6) . Vanwege afdoening met toepassing van art. 81 RO is dit niet met zoveel woorden uit dit arrest af te leiden en in de conclusie van A-G Strikwerda worden de mogelijke gevolgen van de werking van art. 2:19 lid 6 BW niet besproken. Wessels meent dat voortzetting niet kan met een beroep op een arrest van het Hof Leeuwarden , waarin op grond van art. 29 (eerste volzin) Fw werd geoordeeld dat voortzetting van het geding niet mogelijk was. Dat lijkt mij echter geen juiste redenering in onze situatie; dit artikel geldt tijdens het faillissement, maar toch niet nadat het faillissement is geëindigd (zie hiervoor 4.5-4.6). Volgens mij is procedurele voortzetting in bepaalde omstandigheden ook mogelijk nadat het faillissement is geëindigd en de rechtspersoon na vereffening is opgehouden te bestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/897fa875c33e735180971cc8a33b1d3c83a487d2a616ee0f6b318f676a948696. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 897fa875c33e735180971cc8a33b1d3c83a487d2a616ee0f6b318f676a948696, en de alinea staat in dat document op bytes 45283 tot 46657.