Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2022

Onder 4.16 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:37.

Bij de bepaling van de kostenveroordeling in cassatie bestaat grote vrijheid (art. 419 lid 4 KEI-Rv). Daarbij hoeft (ondanks de schakelbepaling in art. 418a Rv) niet de regeling te worden gevolgd die in Boek 1, Titel 1, Twaalfde Afdeling staat . De curator vordert op grond van art. 245 Rv dat de advocaat van [eiseres] zou moeten worden veroordeeld in de proceskosten, omdat hij heeft geprocedeerd voor een niet-bestaande partij (s.t. 12 en 20). Wij zagen onder ogen dat het geding in cassatie (na schorsing) naar mijn mening kon worden voortgezet met [eiseres] als procespartij, zoals ook door de rolraadsheer (impliciet) is bepaald, zodat er in mijn optiek geen grond bestaat voor een “eigen beursje” als hier bepleit. Wel wordt, als de hoofdroute van deze conclusie zou worden gevolgd, [eiseres] in cassatie in het ongelijk gesteld (ook overigens als moet worden aangenomen dat [eiseres] niet langer kon doorprocederen na beëindiging van haar faillissement) en uit dien hoofde normaal gesproken belast met een proceskostenveroordeling (in het tweede geval mogelijk haar advocaat, vgl. s.t curator 12, 2e alinea).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/897fa875c33e735180971cc8a33b1d3c83a487d2a616ee0f6b318f676a948696. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 897fa875c33e735180971cc8a33b1d3c83a487d2a616ee0f6b318f676a948696, en de alinea staat in dat document op bytes 51184 tot 52382.