Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2022

Onder 5 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:397.

Ik geef u in overweging om, na ongegrondverklaring van belanghebbendes cassatieberoep, ten overvloede te overwegen dat er in (andere) voorkomende gevallen voor de rechter geen goede grond meer bestaat om alsnog in lopende zaken van vóór 1 januari 2022 de formeel-wettelijke bepaling van art. 16a(1) (oud) Wet bpm op basis van art. 14 EVRM buiten toepassing te laten en complexe rechtsherstelimplicaties te bedenken, gegeven (i) technocratische en sociaal-economische karakter van die bepaling, (ii) dat aan het door die bepaling gecreëerde onderscheid tussen discrepantie-auto’s en zelfde-jaar-auto’s wellicht niet elke redelijke grond ontzegd kan worden en (iii) dat de ongelijke behandeling waarvoor mogelijk onvoldoende rechtvaardiging bestond inmiddels is opgeheven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/356f4dc4863ae06b4bd7a702d5b2ed69b6c451018aa715d7cf700a078596216f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 356f4dc4863ae06b4bd7a702d5b2ed69b6c451018aa715d7cf700a078596216f, en de alinea staat in dat document op bytes 29285 tot 30110.