Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2022

Onder 3.31 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2022, ECLI:NL:PHR:2022:442.

Ik keer nu terug naar de door onderdeel 3 aangevoerde klachten (randnummer 3.16 hiervoor) over rov. 4.7 van het bestreden arrest (randnummer 2.11 hiervoor). De door dit onderdeel naar voren gebrachte klacht over de afweging die het hof heeft gemaakt in rov. 4.7 slaagt. Het hof heeft zijn oordeel dat geen sprake is van een aanzienlijke verstoring van het evenwicht gebaseerd op de niet door [eiser] weersproken omstandigheid dat uitsluiting van aansprakelijkheid door een verkoper/aannemer algemeen gebruikelijk en aanvaard is en op de omstandigheid dat de aansprakelijkheidsuitsluiting van ELN niet ongepast is gezien de wanverhouding tussen de herstelwaarde van de tekortkoming (het aanbrengen van een SKG**-cilinder zonder antitrekbeveiliging) en de hoogte van de schade waarvoor aansprakelijkheid kan bestaan (mogelijk vele duizenden euro’s). Van het hof mocht echter worden verwacht dat het in rov. 4.7 een integrale afweging van de in het kader van het exoneratiebeding relevante omstandigheden zou maken (zie ook randnummers 3.20 en 3.24 hiervoor). Het hof lijkt geen aandacht te hebben besteed aan omstandigheden die ervoor spreken de aansprakelijkheidsuitsluiting van ELN wel onredelijk bezwarend te achten, bijvoorbeeld de omstandigheden dat de aansprakelijkheidsuitsluiting van ELN vergaand is, dat een deel van de door ELN aanvaarde werkzaamheden te maken heeft met veiligheid (tegen inbraak) en dat de verplichting tot het aanbrengen van een cilinder met antitrekbeveiliging op zichzelf geen zware, risicovolle opgaaf is. Ik wijs in dit verband op de door het hof zelf onderkende verplichting tot ambtshalve toetsing (randnummers 2.9 en 3.22 hiervoor), op de door [eiser] gegeven aanzet in randnummers 7.3. tot en met 7.6. van de memorie van antwoord en op de omstandigheid dat in het kader van art. 6:237 aanhef en onder f BW niet [eiser] aan zet was maar juist ELN; het was aan haar om het vermoeden van onredelijk bezwarendheid te ontkrachten. Ook over (het al dan niet ontbreken van) eventuele verzekeringsmogelijkheden voor ELN, die bijvoorbeeld het ‘kleine fout, grote gevolgen’-argument in een ander licht zouden kunnen zetten, heeft het hof zich niet uitgelaten (zie randnummers 3.28 en 3.30 hiervoor). Niet uitgesloten is dat als het hof deze omstandigheden in zijn afweging had betrokken, de balans anders was uitgevallen en het hof zou hebben aangenomen dat ELN er niet in was geslaagd het vermoeden van onredelijk bezwarendheid te ontkrachten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29a2a6fa1a5c95c225772f402491bf1429edc100936d0ca77dffa3324783c4cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29a2a6fa1a5c95c225772f402491bf1429edc100936d0ca77dffa3324783c4cc, en de alinea staat in dat document op bytes 57650 tot 60266.