Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2022
Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2022, ECLI:NL:PHR:2022:480.
Als deze klacht ongegrond is, dan is het cassatieberoep denk ik echter niet-ontvankelijk op grond van art. 78 lid 6 RO, omdat de beschikking van de rechter-commissaris in dat geval niet (mede) als een toepassing van art. 21, aanhef en onder 2e, Fw kan worden gezien. Het verzoek om de aanpassing van het op grond van art. 21, aanhef en onder 2e, Fw vrij te laten bedrag kan in dat geval immers niet worden aangemerkt als een verzoek om toepassing van art. 21, aanhef en onder 2e, Fw in de zin van de wet. Het openstaan van een rechtsmiddel hangt af van de aard van de betrokken uitspraak en die aard hangt op zijn beurt – in het algemeen en hier in het bijzonder – weer af van de vordering of het verzoek dat is voorgelegd aan de rechter die de uitspraak deed. De ontvankelijkheid van het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechter-commissaris hangt dus af van de gegrondheid van het eerste onderdeel van het middel. Dat onderdeel bespreek ik daarom hier al.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bb6bec7d57fd6f2fe2fb47871a481c4e81a5c552fdae7092258231696d0271a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bb6bec7d57fd6f2fe2fb47871a481c4e81a5c552fdae7092258231696d0271a, en de alinea staat in dat document op bytes 18077 tot 19125.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0bb6bec7d57fd6f2fe2fb47871a481c4e81a5c552fdae7092258231696d0271a | shasum -a 256