Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2022

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2022, ECLI:NL:PHR:2022:480.

Gelet op het geschetste wettelijke stelsel en het hiervoor in 3.8 genoemde verschil lijkt de hiervoor in 3.7 genoemde weg mij het meest zuiver. Uit het voorgaande volgt echter dat het verschil tussen beide wegen praktisch dus nogal gering is. Het verschil dat de curator al dan niet wederpartij is, valt nogal te relativeren, nu het voor de hand ligt dat de rechter-commissaris de curator steeds hoort over het vrij te laten bedrag. Weliswaar is, als gezegd, de beslissing daarover bij art. 21, aanhef en onder 2e, Fw geheel aan de rechter-commissaris, maar het is de curator die wettelijk is belast met het beheer en de vereffening van de boedel (art. 68 lid 1 Fw). Het ligt dus in de rede dat de rechter-commissaris hem hoort om te vernemen wat zijn gedachten over het vrij te laten bedrag zijn, gelet op onder meer de stand en het belang van de boedel. Hier staat echter weer tegenover dat als de curator wederpartij is, een proceskostenveroordeling mogelijk is, en als hij dat niet is, dat niet mogelijk is te achten, bij gebreke van een wederpartij. De mogelijkheid van een proceskostenveroordeling in een geschil tussen de gefailleerde en de curator lijkt echter enigszins theoretisch. Bij het uitspreken van die veroordeling past namelijk volgens de rechtspraak – om voor de hand liggende redenen – terughoudendheid jegens zowel de boedel, als de gefailleerde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bb6bec7d57fd6f2fe2fb47871a481c4e81a5c552fdae7092258231696d0271a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bb6bec7d57fd6f2fe2fb47871a481c4e81a5c552fdae7092258231696d0271a, en de alinea staat in dat document op bytes 33264 tot 34840.