Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:5.

“De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de (uit de bouwdepot gelden afkomstige) geldbedragen die op bankrekeningen van personen en bedrijven die gelieerd zijn aan de betrokkene werden gestort, niet zonder meer als door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel mogen worden gezien, omdat veel van die geldbedragen daarna contant werden opgenomen en niet duidelijk is wat er daarna met die bedragen is gebeurd. Het hof overweegt hieromtrent dat uit het ontnemingsrapport en het dossier kan worden opgemaakt dat die rekeningen onder controle stonden van de betrokkene en dat de daarop gestorte geldbedragen om die reden als aan hem toe te rekenen wederrechtelijk verkregen voordeel kunnen worden aangemerkt. Dat het geld daarna contant is opgenomen, maakt dit niet anders. Enerzijds omdat aangenomen mag worden, op grond van hetgeen in de strafzaak aan feiten en omstandigheden is vastgesteld dat de betrokkene het ertoe geleid heeft dat de bedragen werden opgenomen en daar dus over kon beschikken, anderzijds omdat op geen enkele wijze aannemelijk is geworden dat de opgenomen bedragen niet door de betrokkene ten eigen bate zijn aangewend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e80e44bb48dce48cc9e31542e51279b2569920359daaccd43ea14f6a115f5da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e80e44bb48dce48cc9e31542e51279b2569920359daaccd43ea14f6a115f5da, en de alinea staat in dat document op bytes 21260 tot 22471.