Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2022

Onder 4.16 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:535.

Dan de motiveringsklachten . Ik begrijp de bestreden overweging zo dat het hof aan de afwijzing van het verzoek om wanbeleid vast te stellen in verband met het handelen van Intertrust ten aanzien van de Bab-lening, ten grondslag legt dat het bestaan van die lening niet is komen vast te staan. De onderzoeker heeft het bestaan ervan overigens wel aannemelijk geacht (wat mij juist lijkt), maar niet formeel kunnen vaststellen (zie hiervóór, 3.7.10). Uit hetgeen Bab naar voren heeft gebracht in aanvulling op het onderzoeksverslag is het bestaan van de Bab-lening ook niet gebleken, althans vloeit daaruit niet voort dat de Vennootschappen in weerwil van de onzekerheid over het bestaan van de Bab-lening die lening hadden moeten erkennen. Voorts acht het hof van belang dat Bab zelf mede debet is aan het laten voortduren van deze onzekerheid, nu zij heeft nagelaten de Bab-lening door de (gewone) rechter te laten vaststellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e021a6b503bfd8a03036a10efe826ec35f50121cc1070868437420f599a8aabf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e021a6b503bfd8a03036a10efe826ec35f50121cc1070868437420f599a8aabf, en de alinea staat in dat document op bytes 59940 tot 60956.