Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2022

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:539.

De rechtbank heeft in rov. 5.4 en 5.5 de consequentie uiteengezet van de vernietiging van EB 772 B1 in haar vonnis van 15 september 2010. De rechtbank neemt eerst het oordeel over van de Hoge Raad in rov. 3.3 van het arrest Enka/Du Pont uit 1988. Daarin is overwogen dat een rechterlijke uitspraak waarbij een octrooi nietig wordt verklaard aan dat octrooi onmiddellijk zijn rechtsgevolgen ontneemt, op voorwaarde dat die uitspraak te zijner tijd in kracht van gewijsde gaat. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de voorwaarde dat de uitspraak in kracht van gewijsde gaat, een opschortende voorwaarde is. Deze kwalificatie wordt op zichzelf niet bestreden. In de tussentijd, aldus de rechtbank in rov. 5.4 van het bestreden vonnis, bestaat het octrooi nog wel, maar kunnen de rechtsgevolgen ervan niet worden ingeroepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a103f4d64472bc70df0048aa99147f0362469a32833ac53c83bf0e9adee29578. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a103f4d64472bc70df0048aa99147f0362469a32833ac53c83bf0e9adee29578, en de alinea staat in dat document op bytes 32550 tot 33559.