Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2022
Onder 3.31 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2022
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:539.
Op grond van art. 3:13 lid 1 BW kan degene aan wie een bevoegdheid toekomt, haar niet inroepen, voor zover hij haar misbruikt. Lid 2 geeft vervolgens een niet limitatieve opsomming van gevallen waarin sprake is van misbruik van bevoegdheid: (i) uitoefening van een bevoegdheid met geen ander doel dan een ander te schaden, (ii) uitoefening met een ander doel dan waarvoor de bevoegdheid is verleend of (iii) indien men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij die uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. Op grond van art. 3:15 BW vindt art. 3:13 BW ook buiten het vermogensrecht toepassing, voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet. Ook misbruik van een processuele bevoegdheid valt dus onder art. 3:13 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a103f4d64472bc70df0048aa99147f0362469a32833ac53c83bf0e9adee29578. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a103f4d64472bc70df0048aa99147f0362469a32833ac53c83bf0e9adee29578, en de alinea staat in dat document op bytes 49364 tot 50289.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a103f4d64472bc70df0048aa99147f0362469a32833ac53c83bf0e9adee29578 | shasum -a 256