Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2022

Onder 3.34 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2022

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:539.

Aansluitend op Van der Wiel bespreekt ook Lindijer het geval dat een partij met de uitoefening van een bevoegdheid niet één doel, maar verschillende doelen, waaronder geoorloofde, op het oog heeft. Volgens Lindijer kan van misbruik van procesbevoegdheid worden gesproken indien de geoorloofde belangen bij de uitoefening van de bevoegdheid overduidelijk in het niet vallen bij het ongeoorloofde belang. Het moet z.i. dan wel evident zijn dat de geoorloofde belangen alléén de partij niet evengoed tot die bevoegdheidsuitoefening zouden hebben bewogen. De vereiste evidentie voorkomt dat de rechter rechtsgevolg onthoudt aan een bevoegdheidsuitoefening waarbij geoorloofde belangen vooropstaan, maar waarbij ook ongeoorloofde motieven een rol spelen. Bovendien zal de rechter doorgaans alleen misbruik wegens doeloverschrijding kunnen aannemen, indien van een dergelijke evidentie sprake is, omdat alleen dan uit de omstandigheden van het geval zelf duidelijk wordt dat het ongeoorloofde doel een zo belangrijk motief vormt. Ik citeer zijn vervolg:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a103f4d64472bc70df0048aa99147f0362469a32833ac53c83bf0e9adee29578. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a103f4d64472bc70df0048aa99147f0362469a32833ac53c83bf0e9adee29578, en de alinea staat in dat document op bytes 52279 tot 53420.